Keuzehulp: Hoe kies je het beste klimtouw?
Een klimtouw is een van de belangrijkste onderdelen van je klimuitrusting. Zodra je de stap maakt om zelfstandig te gaan klimmen, kom je voor de keuze te staan welk touw het beste bij jou en jouw manier van klimmen past. Met zoveel verschillende diameters, lengtes en uitvoeringen kan die keuze best lastig zijn.
Met deze keuzehulp helpen we je stap voor stap bij het kiezen van het juiste klimtouw.
Voordat je de verschillende stappen doorloopt, is het goed om jezelf eerst een aantal vragen te stellen.
Waar ga ik het touw voor gebruiken?
Ga je voorklimmen in de Ardennen, voornamelijk indoor klimmen of
neem je het touw mee hoog de Alpen in voor bijvoorbeeld een
beklimming van de Wildspitze? Het gebruik bepaalt voor een groot
deel welke eigenschappen voor jou belangrijk zijn. Hoe beter je
weet waar en waarvoor je het touw gaat gebruiken, hoe gerichter je
kunt zoeken naar een geschikt model.
Wat zijn de lengtes van de routes die ik ga
beklimmen?
De lengte van de routes bepaalt mede welke lengte je klimtouw moet
hebben. Kun je vooraf via bijvoorbeeld een klimtopo
achterhalen hoe lang de routes zijn die je wilt klimmen? Dan kun je
bepalen welke touwlengte minimaal nodig is.
Dit is vooral belangrijk bij het voorklimmen van routes met één touwlengte. Houd hierbij altijd voldoende marge voor het inbinden, het zekeren en het veilig laten zakken van de klimmer.
Hoeveel ervaring heb ik met klimmen en met het
zekeren?
Ook je ervaring speelt een rol bij de keuze van een klimtouw. De
diameter van het touw heeft bijvoorbeeld invloed op het gewicht, de
duurzaamheid, het gebruiksgemak en de werking in combinatie met je
zekeringsapparaat.
Een dun en licht touw kan aantrekkelijk zijn voor een ervaren klimmer, terwijl een wat dikker touw voor een beginnende klimmer juist prettiger en makkelijker te hanteren kan zijn.
Heb je deze vragen voor jezelf beantwoord? Dan kun je verder met de volgende stappen:
Bekijk ons assortiment met klimtouwen.

Welke soorten klimtouwen zijn er?
In de basis maken we onderscheid tussen twee soorten klimtouwen: dynamische en statische touwen. Voor het klimmen zelf gebruik je vrijwel altijd een dynamisch touw. Het belangrijkste verschil zit in de hoeveelheid rek die het touw heeft.
Een dynamisch touw heeft voldoende rek om de energie van een val van de klimmer op te vangen. Hierdoor wordt de kracht die tijdens een val op de klimmer en de rest van de zekering komt, beperkt. Dynamische touwen zijn daarom speciaal ontworpen en getest voor het klimmen en zekeren van personen.
Een statisch touw heeft juist zeer weinig rek. Dit maakt het geschikt voor toepassingen waarbij je zo min mogelijk rek wilt, bijvoorbeeld voor het hijsen van materiaal, werkzaamheden op hoogte of bepaalde reddingssituaties. Een statisch touw is niet bedoeld om een val van een klimmer op te vangen.
Gebruik daarom nooit een statisch touw om te topropen of voor te klimmen. Een statisch touw is hier niet voor ontworpen of getest en kan bij een val zeer hoge krachten veroorzaken.

Enkeltouw:
Een enkeltouw is het meest gebruikte type klimtouw. Je klimt en
zekert hierbij met één touwstreng. Voor de meeste
klimmers is dit het logische eerste klimtouw.
Enkeltouwen zijn geschikt voor onder andere:
- Indoor klimmen
- Sportklimmen
- Veel alpiene routes waarbij één touw volstaat
De diameter van een enkeltouw kan behoorlijk verschillen. Een dikker enkeltouw is vaak robuuster en gemakkelijker te hanteren, terwijl een dunner touw lichter is en minder ruimte inneemt in je rugzak.
Het gebruik van enkeltouw is veelzijdig en over het algemeen heb je minder technieken nodig om dit touw goed te kunnen gebruiken. Enkeltouw herken je aan de onderstaande afbeelding die je op ieder touweinde aantreft.
Sommige touwen kunnen zowel als enkel- dubbel- en tweelingtouw gebruikt worden. Deze veelzijdigheid is erg handig. Dit wil niet gelijk zeggen dat je dit touw voor iedere toepassing als perfecte keuze kunt beschouwen. De keuze hangt af van meerdere factoren.
Sommige touwen zijn gecertificeerd om te gebruiken als enkel-, half- én tweelingtouw. Deze veelzijdigheid kan erg handig zijn, maar betekent niet automatisch dat het touw voor iedere toepassing de beste keuze is. Welke optie het meest geschikt is, hangt onder andere af van het type route, je ervaring en het gewicht van het touw.
Voordelen:
- Vaak een langere levensduur door de relatief dikke mantel en diameter
- Breed inzetbaar
- Relatief eenvoudig in gebruik
- Voor veel klimdisciplines geschikt
Nadelen:
- Bij beschadiging van het touw heb je geen tweede touwstreng als back-up
Halftouw:
Bij een halftouw, ook wel dubbeltouw genoemd, klim je met twee
touwstrengen. Je clipt de touwen afhankelijk van de route en het
verloop van de zekering afzonderlijk in.
Halftouwen worden vooral gebruikt bij:
- Multipitchklimmen
- Alpiene routes
- Routes met veel traverses
- Rotsklimmen waarbij touwverloop een belangrijke rol speelt
- Situaties waarin je met twee touwen over een langere afstand wilt kunnen abseilen
Een halftouw biedt meer mogelijkheden dan een enkeltouw, maar vraagt ook meer kennis en ervaring. Je moet weten hoe je de touwen correct gebruikt en zekert.
Dubbeltouw wordt aangeduid met het volgende symbool:
Voordelen:
- Mogelijkheid om langere afstanden te abseilen
- Bij beschadiging van één streng heb je nog een tweede streng
- Mogelijkheid om twee naklimmers tegelijk te zekeren
- Geschikt voor routes met veel traverses en richtingsveranderingen
- Kan bij alpien gebruik gewichtsvoordeel bieden
- Vermindert bij de juiste techniek de touw- en ankerwrijving
Nadelen:
- Vereist meer ervaring en kennis van de juiste technieken
- Het werken met twee touwen vraagt meer aandacht tijdens het zekeren
- Twee strengen zijn samen zwaarder dan één enkeltouw
Sommige dubbeltouwen zijn ook gecertificeerd als tweelingtouw en sommige modellen zelfs als enkeltouw. Controleer hiervoor altijd de markering en certificering van het specifieke touw.
Tweelingtouw
Een tweelingtouw lijkt op het eerste gezicht sterk op dubbeltouw,
maar er is een belangrijk verschil in het gebruik. Bij tweelingtouw
worden beide touwstrengen altijd samen in dezelfde klimsetje
geclipt.
Dit systeem is vooral geschikt voor relatief rechte routes. Doordat je altijd met twee touwen tegelijk werkt, biedt het systeem een extra zekerheid en kan het touw bij bepaalde situaties beter bestand zijn tegen beschadiging door bijvoorbeeld een scherpe rotsrand.
Tweelingtouwen hebben vaak een kleinere diameter dan halftouwen. Hierdoor kan een set tweelingtouwen relatief licht zijn, wat vooral interessant is voor alpiene beklimmingen.
Ook met tweelingtouw kun je langere afstanden abseilen door beide strengen aan elkaar te koppelen.
Het gebruik van tweelingtouw vraagt wel meer ervaring en kennis van de juiste technieken. Gebruik een tweelingtouw alleen volgens de voorschriften van de fabrikant en de geldende certificering.
Tweelingtouw wordt aangeduid met het volgende symbool:
Voordelen:
- Mogelijkheid om langere afstanden te abseilen
- Bij beschadiging van één streng heb je nog een tweede streng
- Vaak lichter dan een set halftouwen
- Door het gebruik van twee strengen kan het systeem bij bepaalde situaties extra bescherming bieden tegen scherpe randen
Nadelen:
- Vereist meer ervaring dan een enkeltouw
- Het zekeren en verwerken van twee touwen vraagt meer techniek
- Twee strengen zijn samen zwaarder dan één enkeltouw
- Een tweelingtouw is in principe niet bedoeld om als enkele streng te gebruiken
Veel tweelingtouwen zijn ook gecertificeerd voor gebruik als halftouw en sommige modellen zelfs als enkeltouw. Controleer daarom altijd de markering op het touw.
Hulptouw/prusiktouw;
Dit soort touw wordt gebruikt als prusiktouw en kan als backup dienen voor het abseilen of om een standplaatsverankering te maken. Het touw is vaak statisch en de diameter is bijna altijd dunner dan 8 mm. Er zijn tegenwoordig extreem lichte hulptouwen beschikbaar van dyneema of aramide.

Welke touwlengte past bij mijn activiteit?
Nadat je hebt bepaald welk type touw je nodig hebt, is de volgende vraag: hoe lang moet het touw zijn? De juiste lengte hangt voornamelijk af van waar je gaat klimmen en hoe lang de routes zijn.
Indoorklimmen:
In een klimhal zijn routes meestal relatief kort. Een touw van
bijvoorbeeld 30 tot 40 meter kan daarom voldoende zijn voor sommige
hallen. In andere hallen zijn langere touwen nodig.
Controleer daarom altijd de voorschriften van jouw klimhal voordat je een touw koopt.
Sportklimmen buiten:
Voor sportklimmen buiten zijn touwen van 60, 70 of 80 meter veel
voorkomende keuzes. Welke lengte je nodig hebt, hangt af van het
gebied waar je klimt. Een touw van 70 meter is voor veel
sportklimmers een veelzijdige keuze. Klim je voornamelijk in
gebieden met langere routes, dan kan 80 meter praktischer zijn.
Kijk altijd vooraf in de topo naar de lengte van de routes die je wilt klimmen. Houd daarnaast voldoende marge over om veilig te kunnen zekeren en de klimmer te laten zakken.
Multipitch en Alpien klimmen:
Bij multipitch- en alpiene routes spelen andere factoren mee. Hier
is niet alleen de lengte van het touw belangrijk, maar ook het
gewicht en de diameter. Een dun en licht touw kan tijdens lange
beklimmingen een groot voordeel zijn. Bij routes met meerdere
touwlengtes kunnen bovendien andere touwsystemen, zoals halftouwen,
de voorkeur hebben.
Let op: controleer bij iedere route of het gekozen touw lang genoeg is voor de betreffende route en voor de manier waarop je de afdaling uitvoert.

Welke invloed heeft de touwdiameter?
De diameter van een klimtouw heeft invloed op verschillende eigenschappen van het touw. Denk aan gewicht, duurzaamheid, gebruiksgemak en de werking met je zekeringsapparaat.
Je kunt grofweg zeggen:
Dunner touw:
Een dunner touw is:
- Lichter
- Compacter
- Vaak soepeler
- Interessant voor lange routes en alpiene beklimmingen
Daar staat tegenover dat een dun touw over het algemeen minder vergevingsgezind is bij het zekeren. Het kan sneller door een zekeringsapparaat lopen en vraagt daardoor meer ervaring en controle.
Dikker touw:
Een dikker touw is:
- Vaak duurzamer
- Makkelijker vast te houden
- Vaak prettiger voor beginnende zekeraars
- Minder gevoelig voor snelle slijtage
Een nadeel is dat een dikker touw zwaarder is en meer ruimte inneemt.
Welke Diameter heb ik nodig?
Voor een eerste enkeltouw kiezen veel klimmers voor een allround
diameter, bijvoorbeeld rond de 9,5 mm. Dit biedt een goede balans
tussen gewicht, duurzaamheid en gebruiksgemak.
Ervaren klimmers die vooral licht willen reizen, kunnen kiezen voor een dunner touw. Voor intensief gebruik in de klimhal of voor beginnende klimmers kan een wat dikker touw juist een praktische keuze zijn.
Let op: controleer altijd of je zekeringsapparaat geschikt is voor de diameter van het gekozen touw. De diameter staat niet los van de werking van je zekerapparaat.
Welke andere eigenschappen zijn belangrijk?
Naast type, lengte en diameter zijn er nog verschillende eigenschappen die invloed hebben op de prestaties van een klimtouw.
Matelpercentage
Een klimtouw bestaat uit een kern en een mantel. De kern zorgt
voornamelijk voor de sterkte en rek van het touw, terwijl de mantel
de kern beschermt tegen slijtage. Het mantelpercentage geeft aan
welk deel van het totale gewicht uit de mantel bestaat. Een hoger
mantelpercentage betekent over het algemeen dat er meer materiaal
aan de buitenkant van het touw zit. Dit kan bijdragen aan een goede
slijtvastheid, maar heeft ook invloed op het gewicht en het gevoel
van het touw.
Dry-behandeling
Je komt bij klimtouwen verschillende vormen van Dry-behandeling
tegen. Een dry-behandeling maakt het touw beter bestand tegen vocht
en vuil.
Dit kan vooral interessant zijn voor:
- Alpine klimmen
- Gletsjertochten
- IJsklimmen
- Klimmen in natte omstandigheden
- Intensief buitengebruik
Een dry-behandeling kan daarnaast de levensduur en het soepele karakter van een touw helpen behouden, maar maakt een touw niet onverwoestbaar.
Gewicht
Het gewicht van een touw wordt meestal aangegeven in gram per
meter. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar bij een touw
van 70 of 80 meter kan een verschil van bijvoorbeeld 10 gram per
meter al snel honderden grammen schelen. Voor indoor klimmen is dit
vaak minder belangrijk. Bij lange aanlopen, multipitchroutes en
alpine beklimmingen kan een licht touw juist een groot voordeel
zijn.
Middenmarkering
Een middenmarkering maakt het eenvoudig om het midden van je touw
te herkennen. Dit is bijvoorbeeld erg handig bij het zekeren,
ombouwen en abseilen.Sommige touwen hebben een permanente
markering, terwijl andere fabrikanten gebruikmaken van een speciale
technologie die de middenmarkering zichtbaar maakt zonder dat er
verf wordt gebruikt.
impact force
De impact force geeft aan welke maximale kracht tijdens een
gestandaardiseerde valtest op het systeem komt te staan. Een lagere
impact force betekent dat het touw de val relatief geleidelijker
opvangt. Dit is vooral relevant wanneer je verschillende touwen met
elkaar vergelijkt. Kijk echter niet alleen naar deze ene waarde:
een klimtouw is altijd een combinatie van verschillende
eigenschappen.

UIAA Normering en testen
Om de veiligheid en prestaties van klimtouwen te kunnen beoordelen, worden klimtouwen volgens vaste normen getest. De UIAA (International Climbing and Mountaineering Federation) stelt hiervoor onder andere eisen aan de hoeveelheid normvallen, de rek en de vangstoot van een touw.
Deze waarden geven je belangrijke informatie over het gedrag van een touw. Maar let op: een hogere testwaarde betekent niet automatisch dat een touw in de praktijk ook langer meegaat. De levensduur wordt namelijk ook sterk beïnvloed door het gebruik, de omstandigheden en de manier waarop je met het touw omgaat.
Normvallen
Een van de belangrijkste tests is de normvaltest. Hierbij wordt gecontroleerd hoeveel normvallen een touw volgens een gestandaardiseerde test kan doorstaan voordat het faalt.

Voor de verschillende typen dynamische touwen gelden verschillende testomstandigheden:
- Enkeltouw: getest met een massa van 80 kg
- Halftouw: getest met een massa van 55 kg op één streng
- Tweelingtouw: getest met een massa van 80 kg op twee strengen
Volgens de UIAA moet een enkeltouw en halftouw minimaal 5 normvallen kunnen doorstaan. Voor een tweelingtouw ligt deze eis op minimaal 12 normvallen.
Op sommige touwen staat een hoger aantal normvallen vermeld. Dit betekent dat het touw onder de gestandaardiseerde testomstandigheden meer vallen heeft doorstaan. Dit kan een aanwijzing zijn voor een robuuste constructie, maar zegt niet rechtstreeks hoeveel echte klimvallen het touw in de praktijk kan hebben.
Pro tip: heb je een flinke val gemaakt? Geef je touw dan even de tijd om te herstellen voordat je het opnieuw zwaar belast. De vezels in een dynamisch touw kunnen na een zware belasting tijdelijk vervormen. Door het touw rust te geven, kunnen deze vezels zich weer grotendeels herstellen.
Statische rek
De statische rek geeft aan hoeveel een touw uitrekt wanneer er een
gewicht aan hangt zonder dat er een val wordt gemaakt. Het gaat
hierbij dus om de rek wanneer je bijvoorbeeld in het touw
hangt.
Volgens de UIAA mag de statische rek van een enkeltouw en tweelingtouw maximaal 10% bedragen. Voor halftouwen is dit maximaal 12%.
Een lage statische rek betekent dat het touw minder uitrekt wanneer er continu gewicht aan hangt. Dit kan prettig zijn bij bijvoorbeeld het werken met stijgklemmen of bepaalde hijstoepassingen. Bij een touw met veel rek gaat een deel van je beweging verloren doordat het touw eerst uitrekt.
Dynamische rek
De dynamische rek geeft aan hoeveel het touw uitrekt tijdens een
gestandaardiseerde normval. Deze rek is juist belangrijk om de
energie van een val op te vangen.
Een touw met relatief veel dynamische rek kan een val geleidelijker opvangen. Hierdoor kan de kracht op de klimmer, zekeraar en het zekersysteem lager zijn.
Een lagere dynamische rek kan er daarentegen voor zorgen dat je tijdens een val minder ver uitrekt. Dit kan in bepaalde situaties een voordeel zijn, bijvoorbeeld wanneer je dicht bij een obstakel of rand klimt. Daar staat tegenover dat een lagere rek over het algemeen leidt tot een hogere kracht tijdens de val.
Volgens de UIAA mag de dynamische rek van een klimtouw maximaal 40% bedragen.
Vangstoot
De vangstoot, ook wel impact force, geeft aan hoeveel
kracht er tijdens de gestandaardiseerde normval op het systeem komt
te staan. Deze waarde wordt uitgedrukt in kilonewton (kN).
Een lagere vangstoot betekent dat het touw de val relatief geleidelijk opvangt. Hierdoor worden de krachten op de klimmer, zekeraar, karabiners, setjes en andere onderdelen van het zekersysteem beperkt.
Een lage vangstoot gaat vaak samen met meer dynamische rek. Bij het vergelijken van klimtouwen is het daarom belangrijk om niet alleen naar één eigenschap te kijken. Een touw is altijd een combinatie van rek, vangstoot, gewicht, diameter, slijtvastheid en gebruiksgemak.